Nieuwsbericht, 30 december 2016
Dit was het jaar van de doorbraak van wind op zee
Dit was het jaar van de doorbraak van wind op zee

Windenergie wordt almaar goedkoper. Minister Kamp glundert:
‘Energie uit fossiel wordt beconcurreerd door duurzaam. Daar ben ik blij om.’

Hij stond in een toren van negentig meter hoog, met uitzicht op een zee van lichtjes in de haven van Schiedam. Daar evalueerde minister Henk Kamp van Economische Zaken op 12 december het Nederlandse beleid voor wind op zee. ‘Zonder arrogant te zijn: we hadden het perfect voor elkaar.’
Een consortium onder leiding van Shell had enkele minuten eerder de aanbesteding gewonnen voor de bouw van het tweede windpark voor de kust van het Zeeuwse dorp Borssele. De kostprijs: 5,45 cent per kilowattuur, exclusief aansluitingskosten voor Tennet van 1,4 cent per kilowattuur. Dat is uitzonderlijk laag. ‘Het ziet er naar uit dat energie uit fossiel wordt beconcurreerd door duurzaam’, zei Kamp. ‘Daar ben ik blij om.’

 

kop-fd-artikel

Funderingspalen voor de eerste fase van het Belwind project (Foto: Menno Mulder)

Nog nooit was het enthousiasme zo groot

Zoals het voorbije jaar voor altijd geassocieerd zal worden met de brexit en de verkiezing van Donald Trump in de VS, kan 2016 over enkele jaren ook best eens worden gezien als scharnierjaar voor wind op zee. Nog nooit was het enthousiasme zó groot, nog nooit werden er voor de Nederlandse kust zulke grote windprojecten aanbesteed, en nog nooit was wind op zee zó goedkoop.
Deels komt dat door oorzaken waar de windindustrie geen enkele invloed op heeft. Door de aanhoudende malaise in de olie- en gasindustrie willen alle fossiele bedrijven (olie, kolen,gas), en zeker de toeleveranciers, de draai maken naar wind. Daarnaast is er een groot aanbod: van schepen, van mensen. Wind op zee wordt steeds meer een bulkgoed en dat drukt de prijzen.

€ 0,0545  

De kostprijs van windenergie uit het tweede park bij Borssele is 5,45 cent per kilowattuur.

De prijs is tweederde gezakt

Verder is de staalprijs laag, en dat geldt ook voor de rente. Deze facetten bij elkaar opgeteld resulteren in een gunstig klimaat voor offshore turbines: schepen zijn goedkoop, metaal is goedkoop, financiering is goedkoop. Vier jaar geleden lag de kostprijs voor wind op zee nog op 17 cent per kilowatt. Daar is ruim tweederde vanaf. Als de rente aantrekt, als de olieprijs oploopt en de huurtarieven van schepen weer stijgen, als staal duurder wordt: dan zullen ook de kosten voor windparken kunnen gaan stijgen.
Maar vooralsnog heeft Nederland het goed voor elkaar. In België wordt een windpark aangelegd voor 12,4 cent per kilowattuur. Dat is dubbel zo duur als Borssele. Reden: procedures in België lopen lang, er was bezwaar van omwonenden van een hoogspanningsverbinding die de aanleg een tijd lang frustreerden. Dat is er niet in Nederland. Tennet gaat de windparken aansluiten, de overheid regelt een reeks vergunningen, dus het ‘fundament’ wordt gelegd voordat partijen mogen bieden op de aanbesteding. Zoals Kamp in Schiedam zei: ‘We hebben veel als overheid gedaan: planologisch, standaardisering, iedereen wist waar die aan toe was.’

Staat wil de laagste aanbesteding. En een bankgarantie

Ook dat drukt de kosten – zeker omdat de kavels per veiling werden verkocht. Dat ging anoniem: bieders wisten van elkaar niet of ze mee deden en teken welke prijs ze hadden ingeschreven. Kamp kreeg de competitie die hij wenste. Het enige waar de minister op stuurde, was de prijs. Plus een bankgarantie.
Zo werd wind op zee veel goedkoper dan aanvankelijk was begroot. Bij de lancering van het Energieakkoord drie jaar geleden, raamden Kamp cum suis nog dat de maximale subsidie voor offshore wind zou uitkomen op € 18 mrd. Inmiddels wordt verwacht de aanleg van vijf windparken van elk 700 megawatt voor € 6 mrd gesubsidieerd zal worden.

Dong heeft de grens verlegd

Daarvan gaat € 4 mrd naar de aansluiting op het net, en € 2 mrd naar het compenseren van de prijs. Eigenaren van het windpark krijgen het verschil tussen de grijze marktprijs en de prijs van energie die turbines in zee opwekken, vergoed door de Staat. Als de grijze prijs stijgt, zal de subsidie vanuit de overheid dalen.
Maar wat is een reële prijs voor offshore wind? In juli won Dong de tender voor het eerste windpark bij Borssele. Het Deense bedrijf, genoteerd aan de beurs van Kopenhagen maar voor het merendeel in handen van de Deense staat, gaat het windpark aanleggen voor 7,37 cent per kilowattuur, exclusief de 1,4 cent aansluitingskosten. Dat werd deze zomer gezien als grensverleggend: vooraf werd nog rekening gehouden met 9 tot 10 cent als winnende prijs.

Volgende tender weer lager

De 7,37 cent, zo klonk het na de tender, zou wel eens ‘de maatstaf der dingen’ kunnen worden voor de andere windparken die nog gebouwd moeten worden. ‘Dit is een goede benchmark voor de hele industrie’, zei Dorine Bosman, bij Shell betrokken bij de zogeheten Wind Business Development, begin juli. .
En toen won het consortium bestaande uit Shell, Eneco, Mitsubishi en Van Oord de tweede tender. Voor een bod dat nog weer ruim een kwart lager ligt dan de winnende prijs van deze zomer. De locaties van de windparken voor volgende aanbestedingsrondes zijn gunstiger – iets minder ver uit de kust, iets minder diepe zee – waardoor het aannemelijk is dat die tenders ook weer lager uitkomen.

Een glunderende minister Kamp

Dat maakt 2016 wel een doorbraakjaar voor windparken op zee. In juni zei minster Kamp, tijdens de Winddagen: ‘De dynamiek die ik hier voel, die heb ik eerder gevoeld in de kabelsector. Hier gebeurt het.’
Dat was in juni. Op dat moment leek de 5,45 cent als kostprijs voor een windpark op zee nog science fiction. Maar een half jaar later, in de negentig meter hoge toren in Schiedam, enkele kilometers verderop, stond de minister dat bedrag toch glunderend te verkondigen.

Meer en groter

‘Er zullen nog veel windturbines moeten komen op zee’, zei minister Kamp half december in Schiedam. Want Nederland is eigenlijk net begonnen met de offshore windparken. Weliswaar staat er al een aantal parken – Amalia, Gemini, Luchterduinen – maar dat zijn relatieve kleintjes vergeleken met wat er nog komen moet.
Tot aan 2023 moeten er vijf windparken verrijzen voor de Nederlandse kust van elk 700 megawatt. Maar ook dat is slechts een aanzet tot jhet ‘grote werk’. Want in de periode na 2023 moeten er nog zeven windparken van elk duizend megawatt komen in zee, zei de minister. Meer parken dus, en grotere parken.
Tennet pleitte deze zomer daarom voor de aanleg van een kunstmatig eiland in de Doggersbank. Die zou in het midden van een enorm windpark moeten komen te liggen. Tijden de Biennale Rotterdam werd het voorbije voorjaar een toekomstscenario gelanceerd voor 25.000 turbines in de Noordzee. Die voorzien in 90% van de stroomvoorziening van de omringende landen. Het gaat dan om torenhoge windmolens met elk een vermogen van 10 megawatt, enorme energieopwekkende vliegers, en een tot windmolen-assemblageplek omgebouwde Tweede Maasvlakte. Maar ook moeten de haveninfrastructuren in de Noordzeelanden anders worden ingericht.

30 december 2016 I Copyright FD I Gepubliceerd met toestemming van FD

Seawind Capital Partners B.V. is als beheerder van Meewind, paraplufonds duurzame energieprojecten, Fonds Regionaal duurzaam 1 en het Energie Transitiefonds opgenomen in het register van de AFM. Er zijn risico''s verbonden aan beleggen, de belangrijkste zijn opgenomen in het prospectus en de essentiële beleggersinformatie.


© Meewind 2018
Website Security Test