Waarom elektrificatie meer verandert dan we denken

Stel, u rijdt van Amsterdam naar Maastricht.

Met een benzineauto verdwijnt het grootste deel van de energie uit de tank als warmte uit de motor en de uitlaat. Bij een elektrische auto is dat precies andersom: het grootste deel van de elektriciteit wordt omgezet in beweging. Dat maakt 70kWH voldoende om grofweg 350 tot 450 kilometer elektrisch te rijden. Met dezelfde hoeveelheid energie in benzine komt u een stuk minder ver.

Dezelfde hoeveelheid energie op papier, maar een totaal andere uitkomst op de weg.

Voor mij zit precies daar de verwondering: we tellen vooral wat erin gaat, terwijl het uiteindelijk gaat om wat eruit komt. Dat lijkt een klein verschil in perspectief, maar het verandert fundamenteel hoe ik naar de energietransitie kijk.

Een energiesysteem gebouwd op verlies

Een recent onderzoek van EMBER* zette dat voor mij nog eens scherp uiteen. In 2023 was wereldwijd circa 380 exajoule aan primaire energie nodig om uiteindelijk ongeveer 209 exajoule aan energie bij de gebruiker te krijgen. Bijna twee derde van de primaire energie-input ging onderweg verloren. 

Laat dat even op je inwerken: we organiseren wereldwijd een gigantisch systeem van winning, raffinage, transport en verbranding, terwijl uiteindelijk maar een beperkt deel van de oorspronkelijke energie nuttig wordt gebruikt.

Als een fabriek een groot deel van haar grondstoffen zou weggooien voordat er een product uit kwam, zouden we dat onacceptabel vinden. Toch zijn we bij energie zo gewend geraakt aan die verliezen dat we ze bijna als vanzelfsprekend beschouwen.

Figuur 1: Van primaire naar nuttige energie: bijna tweederde gaat verloren. Bron: EMBER, Reframing Energy for the Age of Electricity (2026), p. 5,

Van moleculen naar elektronen

Wat mij aanspreekt in de analyse van EMBER is dat de energietransitie niet alleen gaat over fossiel versus duurzaam, maar over iets fundamentelers: de verschuiving van moleculen naar elektronen.

Met die moleculen bedoel ik energiedragers als olie, gas en kolen. Om de chemisch opgeslagen energie te gebruiken, verbranden we die brandstoffen vaak. Daarbij gaat veel energie verloren als warmte. 

Elektronen – opgewekt door zon, wind en water – leveren directe energie aan apparaten en machines en kunnen daardoor veel van die tussenstappen overslaan.

Precies daar zit voor mij de kern. Elektrificatie is meer dan het vervangen van de ene energiebron door de andere. Het is een manier om onnodige verliezen uit het systeem te halen. En daarmee ontkrachten we een hardnekkige denkfout over de energietransitie: de primaire-energiedenkfout.

De primaire-energiedenkfout

De primary energy fallacy, vrij vertaald de primaire-energiedenkfout, ontstaat wanneer we veronderstellen dat iedere eenheid fossiele primaire energie later door eenzelfde eenheid duurzame energie moet worden vervangen. Bij elektrificatie verdwijnen echter veel omzettingsverliezen. Voor dezelfde warme woning, dezelfde gereden kilometer of dezelfde industriële handeling is daardoor aanzienlijk minder toegevoerde energie nodig. We moeten dus niet beginnen bij de vraag hoeveel brandstof we vandaag gebruiken, maar bij de vraag welke nuttige energiediensten we werkelijk nodig hebben.

Een slimmer systeem bouwen

Dat maakt de opgave niet klein. We hebben nog steeds meer duurzame opwek nodig, meer netcapaciteit, meer opslag en meer flexibiliteit. En voor sommige processen en grondstoffen zullen moleculen nodig blijven. Maar het betekent wel dat de toekomst niet vraagt om het duurzaam reproduceren van alle inefficiëntie uit het verleden.

Een reden voor optimisme

Wie alleen naar het totale mondiale energiegebruik kijkt, ziet nog steeds een dominante positie voor fossiele brandstoffen. Dat kan ontmoedigend werken. Maar bestaande systemen veranderen nu eenmaal langzaam.

Daarom vind ik het minstens zo interessant om naar de richting van de nieuwe groei te kijken. Het bestaande wagenpark vertelt waar we vandaan komen. De auto’s die vandaag worden verkocht, vertellen waar we naartoe gaan.

Figuur 2: de bestaande energiemix verandert langzaam, maar de groei laat de transitie zien. Bron: EMBER (2026), p. 13.

Voor mij is dat misschien wel de meest hoopvolle boodschap uit het EMBER-rapport. De energietransitie draait niet alleen om verduurzamen. Zij draait óók om afscheid nemen van een systeem waarin we verspilling normaal zijn gaan vinden en bouwen aan een systeem dat slimmer, schoner en efficiënter werkt.

Elektrificatie heeft mijn blik op die opgave veranderd en daarom blijf ik optimistisch: van alle energie die we vandaag gebruiken duurzaam te reproduceren naar ervoor zorgen dat we veel minder energie verspillen.

Van gedachten wisselen?

Ik praat graag verder met je over hoe elektrificatie ons energiesysteem helpt veranderen. Stuur een bericht via ons online contactformulier.

Bronnen en toelichting

* EMBER, Reframing Energy for the Age of Electricity, gepubliceerd op 17 februari 2026. De cijfers en drie afbeeldingen in deze column zijn aan dit rapport ontleend. https://ember-energy.org/latest-insights/reframing-energy-for-the-age-of-electricity/ 

De visie van onze investeringsmanagers

 

Wat speelt er in de energietransitie? Welke ontwikkelingen verdienen extra aandacht? En hoe kijken onze investeringsmanagers daarnaar? In columns en artikelen delen zij hun kennis, ervaringen en persoonlijke inzichten. Je vind hun bijdragen terug in onze kennisbank.

 

Daar vind je bijvoorbeeld ook Dercks column ‘Elektrificatie vraagt om meer dan duurzame opwek‘: hoe bouwen we een slimmer energiesysteeem en welke rol spelen de investeringen van Meewind hierin?