Nadere toelichting rendement en risico Regionaal Duurzaam 1 – 30 juni 2018

Download dit document (PDF)

Dit document verschaft u meer informatie over het rendement en risico van beleggen in het fonds Regionaal Duurzaam. Ook de stand van zaken omtrent de investeringen wordt belicht. Wij raden u aan om naast dit document, het prospectus en essentiële beleggersinformatie van dit fonds te raadplegen, zodat u met kennis van zaken kunt beslissen of u al dan niet in dit fonds wenst te beleggen.

Beleggingsbeleid

Regionaal Duurzaam investeert in het risicodragend kapitaal van ondernemingen voor de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van duurzame energieprojecten in Nederland. Het investeringsportfolio bestaat uit projecten op het gebied van geothermie, groen gas, zonne-energie, warmte-koudeopslag en windenergie. De projecten kennen doorgaans een langere exploitatieperiode waarbij rendement wordt verkregen uit de productie van duurzame elektriciteit, gas en/of warmte.

Rendement

Het fonds heeft een geprognotiseerd rendement van 4 tot 5% per jaar. Het financieel rendement van Regionaal Duurzaam is afhankelijk van het resultaat van de investeringen die zij doet. Op basis van de totale bezittingen minus de schulden wordt maandelijks de intrinsieke waarde van het fonds berekend. Hierbij wordt de activa gewaardeerd op reële waarde. Het resultaat voor de participant bestaat uit de ontwikkeling van de intrinsieke waarde en dividenduitkeringen.

Dividend

Op basis van de resultaten van de investeringen ontvangt u naar verwachting jaarlijks dividend. Het fonds zal beschikbaar dividend binnen acht maanden na afloop van het boekjaar uitkeren aan de participanten. U krijgt hierbij de mogelijkheid om het dividend contant te laten uitkeren (cashdividend) of te herbeleggen in het fonds (stockdividend). Voor dit fonds wordt geen dividendbelasting ingehouden. U hoeft dit dus ook niet te verrekenen bij uw aangifte inkomsten- en/of vennootschapsbelasting.

In het verleden behaalde resultaten

Jaar 2018 YTD 2017 2016 2015 2014 2013
Rendement (%) 1,86 3,89 4,23 2,4 3,6 5,3
Dividend per participatie (€) 41 43 30,17 50 50,25 0
Alle genoemde rendementen zijn berekend op basis van intrinsieke waarde, inclusief dividend en met aftrek van de lopende kosten ratio. In het overzicht zijn de in- en uitstapvergoeding en het belastingvoordeel, buiten beschouwing gelaten. Resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.

Belastingvoordeel

Het fonds Regionaal Duurzaam is door de overheid erkend als fiscaal groenfonds. Dit levert particuliere beleggers – die belastingplichtig zijn in Nederland – mogelijk een belastingvoordeel op van maximaal 2,31%. Participanten profiteren van een vrijstelling vermogensrendementsheffing van maximaal 1,61% over hun vermogen in box 3. Daarnaast ontvangen participanten een heffingskorting van 0,70% over de waarde van de vrijgestelde belegging. Het vermogen waarover een belastingvoordeel voor groene beleggingen wordt gegeven is in 2018 gemaximeerd op EUR 57.845, of EUR 115.690 bij een fiscaal partnerschap. Sinds de start van het fonds is ieder jaar een vrijstelling en een heffingskorting toegekend.

Schijf Vermogen 2018 Percentage gemiddeld rendement Inkomstenbelasting Vermogensrendementsheffing Heffingskorting Maximaal belastingvoordeel
Heffingsvrij vermogen EUR 30.000* 0,000% 30% 0,000% 0,00% 0,000%
1 Tot en met EUR 70.800 2,017% 30% 0,605% 0,70% 1,305%
2 Vanaf EUR 70.801 tot en met EUR 978.000 4,326% 30% 1,298% 0,70% 1,998%
3 Vanaf EUR 978.001 5,380% 30% 1,614% 0,70% 2,314%
*Heffingsvrij vermogen zonder fiscale partner.

Risico

Geïnteresseerden en participanten in het fonds dienen zich ervan bewust te zijn dat beleggen risico’s met zich meebrengt. De intrinsieke waarde van een participatie kan stijgen, maar ook dalen. In het laatste geval kunnen participanten hun inleg gedeeltelijk of geheel verliezen. Ook is het mogelijk dat het fonds niet in staat blijkt de voorziene dividenduitkeringen uit te betalen. Eventueel verlies is pas definitief bij verkoop, tussentijds kunnen verliezen in andere jaren door positieve resultaten worden gecompenseerd. Indien u de eventuele verliezen niet kunt of wilt dragen, raden wij u af om te beleggen in dit fonds.

Investeringen

Het fonds investeert in het risicodragend kapitaal van ondernemingen voor de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van duurzame energieprojecten in Nederland. Het risicodragend kapitaal bestaat uit eigen- en/of achtergesteld vermogen. Deze begrippen worden uitgelegd in Bijlage 1: Verklarende woordenlijst. Het doel is om banken voldoende comfort te bieden om vreemd vermogen te verstrekken. Hierdoor ontstaat een hefboomwerking waardoor het fonds haar rendementsdoelstellingen kan behalen. Het totale fondsvermogen bedraagt medio 2018 EUR 47,85 miljoen De onderstaande grafieken geven een gedetailleerde weergave van het fondsvermogen en de investeringen van het fonds.

Risico

Beleggen brengt risico’s met zich mee. Daar staat een beoogd rendement tegenover dat hoger is dan wat een spaarrekening doorgaans oplevert. De beheerder van Regionaal Duurzaam vindt het belangrijk geïnteresseerden en participanten correct en begrijpelijk te informeren over de risico’s die bij beleggen in dit fonds horen. Daarvoor is het allereerst belangrijk de risico’s te begrijpen van het beleggen in een fonds voor gemene rekening dat investeert in duurzame energieprojecten. Vervolgens gaan we in op de risico’s die horen bij de verschillende projectsoorten en technieken.

 

Risico’s van beleggen in een fonds voor gemene rekening

Door te beleggen in een fonds voor gemene rekening maakt u drie keuzes, waarvan we u graag bewust maken:

  1. U belegt in een fonds. U had ook zelf direct in een bedrijf of project kunnen investeren.
  2. Het fonds investeert in duurzame energie. U had ook voor een fonds kunnen kiezen dat zich richt op een andere sector.
  3. Het fonds investeert in projecten en ondernemingen die projecten ontwikkelen, realiseren en/of exploiteren. U had ook een fonds kunnen kiezen dat investeert in productiebedrijven of in andere fondsen.

Deze keuzes zijn bepalend voor het soort risico dat u loopt. We leggen dit hier graag voor u uit.

a. Beleggen in een fonds

Regionaal Duurzaam is een fonds. Dit betekent dat meerdere beleggers geld storten om gezamenlijk te investeren in – in dit geval – duurzame energieprojecten. Beleggen in een fonds brengt als risico met zich mee dat de belegger geen direct zeggenschap heeft over de eigendommen die met het ingelegde geld worden verworven. Het beheer wordt immers door de beheerder van het fonds uitgevoerd. Daarnaast brengt een fonds kosten met zich mee. Deze moeten eerst worden terugverdiend voordat er sprake is van rendement voor de belegger. Ten slotte is de belegger afhankelijk van de investeringskeuzes die door de directie van de fondsbeheerder worden gemaakt. Hoewel deze naar professioneel inzicht handelt kunnen beslissingen verkeerd uitpakken, wat ten koste kan gaan van het rendement op de belegging. Fondsbeheer is uiteindelijk mensenwerk.

De beheerder van Regionaal Duurzaam tracht deze risico’s voor haar beleggers zo laag mogelijk te houden door constante professionalisering en het concurrerend houden van haar kostenstructuur. Ook is voor een juridische structuur gekozen welke een aantal waarborgen kent voor de beschermen van het belegd vermogen van de participanten.

Regionaal Duurzaam is een fonds voor gemene rekening. Hierbij wordt het beheer van de bezittingen van het fonds gescheiden van het houden van de bezittingen.

Beheerder

Het fonds wordt beheerd door Seawind Capital Partners B.V. De beheerder is verantwoordelijk voor het bepalen en uitvoeren van het beleggingsbeleid in het belang van de participanten, conform het prospectus en Europese richtlijnen van de AIFMD. De financiële en participantenadministratie is uitbesteed aan SGG Financial Services B.V.

Juridisch Eigenaar

De bezittingen worden voor rekening en risico van de participanten gehouden door Stichting Juridisch Eigendom Meewind Fonds(en). De stichting wordt bestuurd door SGG Custody B.V.

Bewaarder

SGG Depositary B.V. is als bewaarder belast met de uitvoering van de toezichthoudende en controlerende taken, zoals opgenomen in de Europese richtlijnen van de AIFMD. De bewaarder controleert de in- en uitgaande geldstromen en zorgt voor de verificatie en registratie van eigenaarschap van de beleggingen. De bewaarder houdt tevens toezicht op de berekening van de intrinsieke waarde, de uitgifte en inname van participaties en de uitkering van dividend. De bewaarder waarborgt dat er wordt belegd conform het beleggingsbeleid zoals bepaald in het prospectus.

Externe Compliance Officer

De Externe Compliance Officer stelt periodiek vast of de beheerder en het fonds voldoen aan de toepasselijke wet- en regelgeving.

b. Investeren in duurzame energie

Fonds Regionaal Duurzaam investeert in energiebesparings- en opwekkingsprojecten. In deze paragraaf worden de risico’s beschreven die horen bij de specifieke soorten projecten waarin momenteel is geïnvesteerd. In het algemeen zijn de investeringen kapitaalsintensief en leveren ze over langere tijd geld op, waarmee de terugbetaling van de investering en het rendement terugvloeit in het fonds. De belegging heeft daarmee in de kern ook een langjarig karakter. Regionaal Duurzaam biedt haar participanten echter de mogelijkheid om vier keer per jaar participaties aan het fonds te verkopen tegen de dan geldende koers, mits de liquiditeit van het fonds dit toestaat. De situatie kan zich voordoen dat bij sterk tegenvallende investeringsresultaten en gebrek aan nieuwe toetreders u uw participatie tijdelijk of voor langere tijd niet kunt verzilveren.

Naast het langjarige karakter, zijn er een aantal zaken die vaak een rol spelen bij investeringen in duurzame energie:

  • Prijsontwikkeling van de geproduceerde energie. Dit kan warmte, koude, gas of elektriciteit zijn. Het rendement van de investering hangt vaak af van de ontwikkeling van energieprijzen gedurende de looptijd van de investering. Het risico bestaat dat de prijzen lager blijken dan oorspronkelijk is opgenomen in de rendementsberekening. Regionaal Duurzaam probeert dit risico te beperken door scenario’s over energieprijsontwikkelingen bij onafhankelijke partijen te betrekken.
  • Productievolume. Er wordt energie opgewekt of uit een bron onttrokken. Het rendement hangt af van de hoeveelheid energie die middels het project vrijgemaakt wordt. Het risico bestaat dat dit lager is dan de hoeveelheid waarmee oorspronkelijk gerekend is. Aan de basis van alle investeringsbeslissingen liggen onafhankelijke, degelijk onderbouwde prognoses welke door Regionaal Duurzaam worden gebruikt om een realistische verwachting van de productie te hanteren bij haar calculaties.
  • Afnamerisico. Om te renderen moet de opgewekte of vrijgemaakte energie afgenomen worden door gebruikers. Het risico bestaat dat de afname lager is dan oorspronkelijk verwacht. Regionaal Duurzaam werkt zoveel mogelijk met langjarige afnamecontracten en kijkt naar de financiële stabiliteit van de afnemers van de projecten om het faillissementsrisico van haar afnemers te beperken.
  • Subsidies. Veel duurzame energieprojecten worden ondersteund door subsidies om deze concurrerend te maken met traditionele energiebronnen. Het risico bestaat dat er minder subsidie wordt toegekend of ontvangen dan waar oorspronkelijk mee is gerekend. Regionaal Duurzaam investeert echter voornamelijk in technieken waarbij de subsidie langjarig toegekend wordt, zoals de SDE+. Het risico dat hierbij nog resteert is veelal overlappend met het productierisico en het prijsrisico.
  • Technische mankementen of schade. Voor de omzetting van de bron van energie naar bruikbare energie wordt een technische installatie gebruikt. Deze installatie kan stuk gaan of haar verwachte levensduur niet halen. Regionaal Duurzaam investeert niet in experimentele techniek en neem de ervaring en reputatie van de leveranciers van de installatie mee in haar investeringsbeslissingen.
  • Bankrente. Duurzame energieprojecten worden voor een belangrijk deel gefinancierd met leningen van een bank. De rente die hierop wordt betaald is van grote invloed op het rendement van het project. De rente wordt doorgaans voor langere tijd vastgelegd om dit risico te beperken.
  • Risico op inkoopprijzen. Voor een deel van de projecten liggen bepaalde grondstoffen of energetische stromen aan de basis van het productieproces. Prijsfluctuaties aan de inkoopkant kunnen leiden tot een lagere brutomarge en uiteindelijk investeringsrendement. Waar mogelijk wordt in de investeringen van Regionaal Duurzaam gewerkt met langjarige inkoopcontracten om dit risico te beperken.

Kenmerkend voor beleggingen in duurzame energie is dat een aantal van deze risico’s door regelgeving zijn verlaagd, bijvoorbeeld door subsidies die rekening houden met de marktprijsontwikkeling of gegarandeerde afname. Er blijft echter vaak een restrisico voor de investeerder.

c. Investeren in projecten

Met projecten bedoelen we economisch en juridisch afgebakende installaties welke tot doel hebben langjarig energie in de vorm van elektriciteit, gas en/of warmte te produceren of te distribueren. Deze zijn doorgaans in specifieke vennootschappen ondergebracht. Daarmee zijn de resultaten voornamelijk afhankelijk van de prestaties van de installatie en de inkoop en afzet van het geproduceerde. Regionaal Duurzaam investeert soms in het eigen vermogen van bedrijven indien dit ten dienste is van de projecten; dit kan zijn om vervolginvesteringen veilig te stellen of om bij te dragen aan duurzaam professioneel beheer.

Het kenmerk van projectinvesteringen is dat de terugbetaling en het rendement afhankelijk zijn van de specifieke kwaliteit en prestaties de projecten. Hoewel Regionaal Duurzaam erop toeziet dat garanties aanwezig zijn van leveranciers of lange termijn afspraken van kracht zijn met afnemers is er in de regel geen sprake van garanties op de investering (terugbetaling en rendement) zelf. De projecten staan daarmee op zichzelf en zijn niet afgedekt doordat een groot bedrijf borg staat.

Risico’s van investeren in verschillende projectsoorten

De verschillende projectsoorten waarin het fonds investeert worden hier toegelicht. Per sector zijn er doorgaans meerdere projecten waarin Regionaal Duurzaam heeft geïnvesteerd. De risico’s zijn per project verschillend. We leggen hierbij de specifieke risico’s van deze technieken uit; daarnaast gelden de eerdergenoemde risico’s die horen bij beleggen in een fonds, investeren in duurzame energie en investeren in projecten.

Risico’s van investeren in geothermie

Geothermie, ook bekend als aardwarmte, is de energie die in de aarde zit opgeslagen. Hoe dieper, hoe warmer: iedere honderd meter stijgt de temperatuur ongeveer drie graden. Door ondergronds water op te pompen kan deze warmte relatief makkelijk naar het aardoppervlak getransporteerd worden. Het water wordt via een productieput opgepompt om – in dit geval – via warmtewisselaars de kassen van bijvoorbeeld glastuinbouwbedrijven te verwarmen. Het afgekoelde grondwater gaat via een injectieput weer terug de bodem in. Zo blijft de grondwaterdruk gelijk en komt ondergrondse vervuiling niet aan het aardoppervlak terecht.

Bij diepe putten is het water dermate heet dat het als stoom naar boven komt, waardoor naast warmte ook elektriciteit geproduceerd kan worden. In 2014 is Regionaal Duurzaam gestart met de financiering van geothermieprojecten.

Specifieke risico’s van investeren in geothermieprojecten zijn:

  • Hoge investeringen vooraf bij het onderzoek en de proefboringen, waarbij nog onzeker is of een goede bron gevonden kan worden en of de bron voldoende water bevat om de warmte af te geven. Regionaal Duurzaam investeert in de regel niet in deze fase. Ook wordt dit risico vaak gedekt door de RNES-garantie van Economische Zaken.
  • Risico’s tijdens de exploitatie op verstopping, roest en zoutafzetting. Door de diepte is reparatie of schoonspoelen zeer kostbaar.
  • Het belangrijkste deel van de opbrengsten van een geothermieproject komt doorgaans uit de levering en verkoop van warmte. De grote volumes die gewonnen worden moeten lokaal afgezet worden. Bij het wegvallen van vraag door leegstand, alternatieven of anderszins, kan een geothermieproject snel in de problemen komen. Regionaal Duurzaam kijkt scherp naar de (financiële) stabiliteit van de partijen die de warmte afnemen.

Geothermie

Groen gas

 Risico’s van investeren in groen gas

Groen gas wordt geproduceerd door vergisting van biomassa waarna het geproduceerde gas (biogas) nog kan worden opgewerkt om aardgaskwaliteit (groen gas) te verkrijgen. Gangbare biomassasoorten welke voor vergisting worden gebruikt zijn slib, mest en overige organische reststromen. Zonder opwerking kan het biogas direct middels warmtekrachtkoppeling installaties (WKK’s) in warmte en elektriciteit worden omgezet. Met opwerking wordt invoeding op het aardgasnet een mogelijkheid, aangezien dit duurzaam geproduceerde gas dezelfde eigenschappen heeft als aardgas. Het groen gas wordt dankzij de kortlopende koolstofkringloop als CO-2 neutraal wordt beschouwd. Ook kan dit duurzame groen gas als CNG verkocht worden via groengastankstations.

Na de vergisting blijft zogenaamd ‘digestaat’ over, waarvoor een bestemming gevonden moet worden. Sinds 2013 investeert Regionaal Duurzaam in de ontwikkeling, bouw en exploitatie van bio- en groengasprojecten.

Specifieke risico’s van investeren in groengasprojecten zijn:

  • Beschikbaarheid van een constante toevoer van biomassa, voor een acceptabele prijs. Het risico is dat de prijs voor biomassa van voldoende kwaliteit tijdens de exploitatie van het groengasproject stijgt, wat het rendement van de investering verlaagt. Waar mogelijk investeert Regionaal Duurzaam in bedrijven die met langlopende prijs- en volumeafspraken werken.
  • Afzet van digestaat. De prijs waartegen het digestaat wordt afgezet kan stijgen, waardoor de investering minder rendabel wordt.
  • Veiligheids- en omgevingsrisico’s. Bij bio-vergisters is sprake van explosiegevaar en kan de vergisting leiden tot weerstand in de omgeving door stankoverlast. Ook kan in een latere fase van het project de handhaving op de vergunning voor het aantal transportbewegingen en de stankoverlast geïntensiveerd worden.

Risico’s van investeren in zonne-energie

Er zijn verschillende toepassingen op het gebied van zonne-energie. De meest gebruikte toepassing in Nederland is het omzetten van zonlicht in elektriciteit. Dit gebeurt door middel van fotovoltaïsche cellen (PV-panelen). De groene stroom die deze panelen opwekken wordt achter de meter afgenomen door particulieren of bedrijven of geleverd aan het centrale net.

Zonlicht kan ook via zonnecollectoren worden omgezet in warmte (thermische zonne-energie). Het opgevangen zonlicht zorgt voor de verwarming van tapwater, dat wordt opgeslagen in boilers.

De toepassing van fotovoltaïsche zonne-energie heeft in Nederland een vlucht genomen. Kritiek op de hoge kosten voor de opgewekte energie neemt langzaam af door de sterk gedaalde kosten van deze vorm van duurzame opwekking. Ooit begonnen als toepassing bij particulieren op eigen dak, maar inmiddels zijn er steeds meer grootschalige projecten op bedrijfsdaken en velden. Sinds 2012 investeert Regionaal Duurzaam in zonne-energieprojecten.

Specifieke risico’s van investeren in zonne-energieprojecten zijn:

  • De hoeveelheid energie uit zonlicht die op de panelen straalt. Hoewel de onzekerheid veel lager is dan bij windenergie, zijn er toch jaren waarin substantieel meer of minder zonne-instraling is dan vooraf verwacht werd op basis van gemiddelden.
  • Storingen in de omvormers en transformatoren. De door de panelen opgewekte energie moet worden omgezet van gelijkstroom naar wisselstroom (middels omvormers) en van lage spanning naar hogere spanning (middels transformatoren). In deze keten kunnen zich verschillende soorten storingen voordoen, door fouten in de apparaten zelf of door een verkeerde configuratie van het systeem als geheel. Om dit risico te reduceren vindt Regionaal Duurzaam het belangrijk om te werken met gerenommeerde bouwbedrijven met een goed trackrecord.
  • Diefstal of schade. Panelen zijn kwetsbare objecten waar het gaat om vandalisme of blikseminslagen, ook kunnen de panelen onder omstandigheden worden losgeschroefd en meegenomen.

Zonnecollector

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Risico’s van investeren in warmte-koudeopslag

Warmte-koude opslag (WKO) is een van de technieken die bijdraagt aan de transitie om Nederland ‘van gas los’ te maken, minder afhankelijk van het aardgas. WKO is een bewezen techniek voor het duurzaam verwarmen en koelen van gebouwen.

In de zomer wordt warmte aan het gebouw onttrokken en opgeslagen in de bodem. Op deze manier worden de ruimten comfortabel gekoeld. In de winter wordt de warmte juist uit de bodem gepompt voor de verwarming van het gebouw. Deze techniek maakt duurzame besparingen mogelijk van 95% op koeling en 40 tot 50% op verwarming.

Warmte- koudeopslag

Het fonds investeert sinds 2013 met name in collectieve WKO-projecten, waarbij een installatie meerdere woningen of bedrijven voorziet van duurzame warmte. In vrijwel alle gevallen worden de WKO-projecten gecombineerd met zonnecollectoren. Deze collectoren verwarmen het tapwater, dat wordt opgeslagen in boilers. HR-ketels zorgen voor bijverwarming van het tapwater bij piekbelasting en op donkere dagen.

Specifieke risico’s van investeren in WKO-projecten zijn:

  • Ontwikkelingen rondom de bron. WKO-projecten halen warmte uit een bron onder de grond (vaak 100-200 meter diep). Door het onttrekken van de warmte kan de bron zelf langzaam afkoelen waardoor de prestaties langzaam afnemen. Risico is dat dit sneller/meer gebeurd dan verwacht. Regionaal Duurzaam houdt rekening met teruglopende productie in de projectcalculaties.
  • Problemen met de installatie. Doordat een de bron van de WKO-installatie diep in de grond zit, kan het kostbaar zijn om eventuele problemen op te lossen. Bekende problemen zijn onder andere roestvorming in de buis, opbarsten, kleivorming rondom de bron waardoor het warme grondwater niet meer in de buis komt en schade aan de kleppen. Dit risico is niet uit te sluiten. Regionaal Duurzaam zorgt echter voor een reductie van het risico door te investeren in vaste partners die hier ervaring mee opdoen en door ervaren partijen in te schakelen voor de technische realisatie.
  • Omdat warmte maar beperkt te transporteren is over langere afstanden is het contracteren van voldoende afname in de buurt van de installatie cruciaal. Hiervoor wordt met langjarige contracten gewerkt. Toch kan de afzet tegenvallen doordat winters zachter zijn dan verwacht of door leegstand. Dit risico hoort bij dit type projecten.

(Offshore) wind

Risico’s van investeren in windenergie

Windenergie in Nederland is eeuwenoud. De moderne windmolens die voor de opwek van duurzame elektriciteit worden gebruikt, zijn in de basis hetzelfde als de aloude molens die de polders droog gepompt hebben. De kracht van de wind opgevangen door het grote oppervlak van de wieken welke deze geconcentreerd overbrengt op een punt binnen de molen; tegenwoordig de turbine welke elektriciteit opwekt. Windturbines zetten wind op duurzame wijze om in elektriciteit en dragen zo bij aan een duurzame energievoorziening.

Sinds 2015 investeert Regionaal Duurzaam in windenergie op land.

De Nederlandse overheid heeft als doelstelling voor 2020 dat 14% van onze energievoorziening duurzaam is opgewekt. In 2023 moeten windmolens op land en zee ongeveer 8 miljoen huishoudens voorzien van duurzame elektriciteit.

Specifieke risico’s van investeren in windenergieprojecten zijn:

  • De hoeveelheid wind. De beheerder maakt gebruik van geavanceerde voorspellingen van de hoeveelheid wind op de locatie van de windmolen, maar er blijft aanzienlijke onzekerheid over hoe dit zich op lange termijn ontwikkeld (klimaateffecten). Ook kan dit meerdere jaren ‘toevallig’ tegenvallen, of kunnen de voorspellingen te optimistisch blijken. De hoeveelheid winst waar Regionaal Duurzaam mee rekent is altijd onderbouwd door rapporten van onafhankelijke experts.
  • Technische problemen. Moderne windturbines zijn complexe machines. Hoewel de prestaties voor een groot deel worden gegarandeerd door de fabrikant kunnen systematische storingen of schades toch invloed hebben op het rendement. Regionaal Duurzaam kiest voor gerenommeerde leveranciers en eist langjarige onderhoudscontracten met beschikbaarheidsgaranties op de windturbine.
  • In sommige gevallen wordt overlast op de omgeving als dermate storend ervaren dat er maatregelen genomen moeten worden die de productie van de windmolen verlagen. Zoals ‘s nachts stilzetten tegen geluidsoverlast of afzetten bij wind uit een bepaalde hoek om slagschaduw voor omwonenden te reduceren. Meestal is dit echter voor de start van het project bekend en dus in de rendementsberekeningen meegenomen, soms wordt dit echter in een latere fase door sociale druk afgedwongen.

Hoe gaat de beheerder van het fonds om met risico?

De beheerder investeert het geld dat zij van haar beleggers toevertrouwd heeft gekregen. Om haar beleggers een passend rendement te geven zal de beheerder bewust risico moeten accepteren bij de investeringen die ze doet. Omdat deze risico’s in balans moeten zijn met het rendement dat wordt beoogd hanteert zij – naast de reeds genoemde maatregelen per techniek – een aantal algemene uitgangspunten.

  • Beperkt investeren in projecten in fasen voor operatie. Regionaal Duurzaam is een fonds dat met name investeringen heeft in projecten die al produceren, zodat er een duidelijke businesscase aanwezig is en een langjarig stabiel rendement in het vooruitzicht gesteld kan worden.
  • Spreiding over verschillende technieken. Hiermee wordt voorkomen dat het rendement van het fonds te zeer afhankelijk is van bepaalde risicofactoren zoals eerder benoemd, zoals de hoeveelheid wind, zonne-instraling of biomassaprijzen.
  • Bewezen technologie. De beheerder van het fonds zet in op bewezen technologie en investeert niet in innovatieve technieken.
  • Repeterend investeren in projecten van partners waarmee Regionaal Duurzaam eerder succesvol heeft samengewerkt. Zo kan samen verder worden gebouwd op bewezen succes.

De beheerder van het fonds vindt het passend dat de risico’s op ontwikkelingen in de energieprijzen (warmte, elektriciteit en gas) niet volledig worden afgedekt. De SDE+ subsidie absorbeert een deel van het risico op de energieprijzen, doordat de hoogte van de subsidie wordt gecorrigeerd voor energieprijsontwikkelingen. Beleggen in het fonds geeft geen garantie op terugbetaling van de ingelegde gelden of het beoogde rendement dat in het vooruitzicht wordt gesteld.

Projectoverzicht

Onderstaand vindt u een overzicht van projecten waarin het fonds heeft geïnvesteerd, met vermelding van de sector en het bedrag dat Regionaal Duurzaam heeft geïnvesteerd.

Achtergesteld vermogen
Onderneming Sector Investering Datum van investering
Aardwarmte Vierpolders Holding B.V. Geothermie 2.2160.000 29 december 2014
Aardwarmte Vogelaer B.V. Geothermie 1.166.000 14 juni 2016
Californië Lipzig Gielen B.V. Geothermie 1.249.381 25 september 2015
ECW Geo Andijk B.V. Geothermie 3.640.000 19 december 2017
ECW Geoholding B.V. Geothermie 4.940.000 Gefaseerd vanaf 29 juni 2017
GeoPower Holding B.V. Geothermie 2.120.000 23 december 2016
Geothermie Ammerlaan B.V. Geothermie 3.090.000 27 juni 2018
Warmtebedrijf Bergschenhoek B.V. Geothermie 3.767.658 29 december 2016
Aben Green Energy B.V. Groen gas 1.000.000 19 december 2017
BioGast Amsterdam B.V. Groen gas 172.096 3 april 2013
BioGast Hensbroek B.V. Groen gas 1.101.000 Gefaseerd vanaf 11 september 2013
Groen Gas Almere B.V. Groen gas 1.642.806 Gefaseerd vanaf 29 september 2015
Groengas Bollenstreek B.V. Groen gas 3.180.000 Gefaseerd vanaf 29 juni 2017
Groengas Hoogezand B.V. Groen gas 730.000 14 oktober 2016
OrangeGas B.V. Groen gas 1.932.987 29 juni 2017
OrangeGas Projects B.V. Groen gas 1.725.000 Gefaseerd vanaf 31 juli 2015
Westfriesland Energie Beheer B.V. Warmte-koudeopslag 127.200 30 augustus 2017
ZON Energie RD3 B.V. Warmte-koudeopslag 360.500 Gefaseerd vanaf 13 juli 2017
Windturbine RIFF B.V. Windenergie 366.000 29 mei 2015
Obton GreenIPP 2 C.V. Zonne-energie 212.000 22 maart 2018
Wocozon Nederland B.V. Zonne-energie 618.000 27 juni 2018
Totaal 35.300.628

 

Eigen vermogen
Onderneming Sector Investering Aandeel Datum van investering
BioGast Hensbroek B.V. Groen gas 0 10% 25 augustus 2015
Groen Gas Almere B.V. Groen gas 8.000 20% 29 september 2015
OrangeGas B.V. Groen gas 1.875.000 60% 30 juni 2017
OrangeGas Projects B.V. Groen gas 10.000 20% 31 juli 2015
Kieswarmte B.V. Warmte-koudeopslag 145.002 20% 5 juli 2017
ZON Energie B.V. Warmte-koudeopslag 375.002 20% 25 mei 2016
Wocozon Overijssel B.V. Zonne-energie 471.876 10% 29 juni 2015
Totaal 2.884.880

Geothermie

De financiering van deze projecten bestaat doorgaans voor circa 60% uit vreemd vermogen en voor 40% uit risicodragend kapitaal. Het vreemd vermogen wordt verstrekt door banken en gemeenten, het risicodragende kapitaal door eigen vermogen en investeerders. Regionaal Duurzaam investeert in het risicodragende kapitaal door achtergesteld vermogen te verstrekken. Als zekerheid voor de terugbetaling vestigt het fonds – naast de zekerheden van de verstrekker van het vreemd vermogen – tweede recht van hypotheek en pand op diverse goederen.

Meer informatie: rvo.nl

Projecten Aardwarmte Vierpolders Aardwarmte Vogelaer Ammerlaan Geothermie Californië Lipzig Gielen ECW Geoholding* ECW Geo Andijk GeoPower Holding Warmtebedrijf Bergschenhoek
Locatie Brielle Westland Pijnacker Horst aan de Maas Agriport A7 Andijk Midden-Delfland Lansingerland
Vreemd Vermogen Rabobank Rabobank Rabobank
BNG
Gemeente
Rabobank Rabobank Rabobank Rabobank BNG
Status Operationeel Operationeel Bouwfase Operationeel Operationeel Testfase Operationeel Operationeel
Debiet m3/uur 275 189 466 151 730 600 215 400
Productietemperatuur 80 85 75 81 90 80 95 64
Retourtemperatuur 35 35 18 35,5 35 35 35 20
MWth 14,39 10,99 30,89 7,99 46,7 31,5 15 20,47
GJ/jaar 453.783 246.525 974.012 251.937 1.472.275 990.000 473.035 645.381
Besparing aardgas m3/jaar 14.339.553 10.950.204 30.778.765 7.961.204 46.523.884 31.283.996 14.947.898 20.394.031
CO2-reductie kTon 25,52 19,49 54,79 14,17 82,81 55,68 26,61 36,30
Equivalent huishoudens** 9.560 7.300 20.519 5.307 31.017 20.850 9.965 13.596
*ECW Geoholding B.V. ontwikkelt en exploiteert meerdere geothermie doubletten.
**Berekening is gebaseerd op maximale productie en gemiddeld gasverbruik van 1.500 m3/jaar.

Groengas

De financiering van deze projecten bestaat voor circa 65% uit vreemd vermogen en voor 35% uit risicodragend kapitaal. Het vreemd vermogen wordt verstrekt door banken, het risicodragende kapitaal door eigen vermogen en investeerders. Bij groengas projecten investeert het fonds – in tegenstelling tot bij geothermieprojecten – in het eigen vermogen van de onderneming. Daarnaast verstrekt het achtergestelde leningen. Als zekerheid voor de terugbetaling vestigt het fonds – naast de zekerheden van de bank – tweede recht van hypotheek en pand op diverse goederen.

Meer informatie: rvo.nl

Naast de investeringen in groengasproductie heeft het fonds in 2015 geïnvesteerd in een viertal groengastankstations in Den Haag, Leeuwarden, Hoogkerk en Helmond. In 2017 heeft het fonds haar belang in de groengas sector uitgebreid door een belang te nemen in OrangeGas, een producent en verkoper van groengas via meerdere productielocaties en circa 70 groengas-tankstations. Hiermee streeft het fonds de cirkel van inkoop, productie, opslag en afzet rond te krijgen.

Projecten BioGast Amsterdam BioGast Hensbroek Groengas Hoogezand Groen Gas Almere Aben Green Energy OrangeGas Projects
Locatie Mijdrecht Hensbroek Hoogezand Almere Westdorpe Beverwijk
Vreemd Vermogen n.v.t. Rabobank Rabobank Rabobank Rabobank n.v.t.
Status Operationeel Operationeel Operationeel Operationeel Bouwfase Operationeel
Debiet m3/uur 20 450 485 470 3.300 115
MWh/jaar 200 4.000 4.750 4.132 32.230 1.100
Gasproductie m3/jaar 175.000 3.600.000 4.250.000 3.700.000 28.900.000 1.000.000
CO2-reductie kTon 0,31 6,41 7,57 6,59 51.48 1,78
Equivalent huishoudens 117 2.400 2.833 2.467 19.270 667

Zonne-energie

Sinds 2012 investeert het fonds in zonne-energieprojecten. Er zijn verschillende toepassingen op het gebied van zonne-energie. De meest gebruikte toepassing in Nederland is het omzetten van zonlicht in elektriciteit. Dit gebeurt door middel van fotovoltaïsche cellen (PV-panelen). De groene stroom die deze panelen opwekken wordt achter de meter afgenomen door particulieren of bedrijven of geleverd aan het centrale net.

Zonlicht kan ook via zonnecollectoren worden omgezet in warmte (thermische zonne-energie). Het opgevangen zonlicht zorgt voor de verwarming van tapwater, dat wordt opgeslagen in boilers. Bij piekbelasting en op donkere dagen wordt het tapwater bij-verwarmd door een HR-ketel. Deze zonnecollectoren zijn een nuttige aanvulling bij WKO-projecten.

Meer informatie: rvo.nl

Project Opgesteld vermogen in Wattpiek Productie in kWh Equivalent in huishoudens
Wocozon Nederland 1.458
Wocozon Overijssel 2.040.000 1.734.000 495
Obton Green IPP
Totaal 1.734.000 495

Warmte-koudeopslag

Bij de oprichting van Regionaal Duurzaam is het fonds een samenwerking aangegaan met ZON Energie B.V. Deze onderneming ontwikkelt, realiseert, financiert en exploiteert collectieve duurzame energie-installaties. De klant neemt de warmte en koude af. Uit de opbrengst van het vastrecht en de levering wordt de investering terugverdiend en rendement over de investering vergoed. Elk project wordt ondergebracht in een doelvennootschap welke een contract met de daarbij behorende klanten aangaat. Groepen van projecten worden collectief gefinancierd, waarvoor een eigen (tussen) holding wordt opgericht. Dit zijn ZON Energie RD1, ZON Energie RD2 en ZON Energie RD3 B.V.

In de zomer van 2017 is een nieuwe investering gedaan door het fonds in samenwerking met ZON Energie en Greenchoice om het WKO-bedrijf te laten groeien. Met de samenwerking beogen de partijen de WKO-portfolio uit te breiden naar 18.000 tot 20.000 woning-equivalenten. Het bedrijf is te volgen via www.bijzon.nl.

De WKO-projecten zullen gezamenlijk worden gefinancierd, ontwikkeld en geëxploiteerd. Als zekerheid voor de terugbetaling vestigt het fonds hypotheek- en pandrecht op de goederen van de entiteiten.

Meer informatie: rvo.nl

 

Projecten Productie in GJ Equivalent in kWh Equivalent in m3 CO2 Equivalent (kTon) Equivalent in huishoudens
Alkmaar 4.671 1.298.492 163.559 0,29 109
Baarn 566 157.299 19.819 0,04 13
Krommenie 1.720 478.173 60.227 0,11 40
Wognum 282 78.510 9.874 0,02 7
Zandvoort Zandpunt 372 103.426 13.026 0,02 9
Zandvoort LDC 3.451 959.265 120.839 0,21 81
Middelburg 1.051 292.142 36.802 0,07 25
Oude Tonge 2.611 725.760 91.426 0,16 61
Utrecht 854 237.408 29.903 0,05 20
Schagen 449 124.704 15.722 0,03 10
Breda 6.270 1.743.153 219.549 0,39 146
Volendam 1.028 285.734 35.996 0,06 24
Dordrecht 1.087 302.243 38.062 0,07 25
Totaal 24.412 6.786.310 854.805 1,52 570
Berekening is gebaseerd op maximale productie en gemiddeld gasverbruik van 1.500 m3/jaar. WKO kan in 95% van de koelvraag voorzien, echter is de koelvraag van huishoudens op dit moment onbekend. Verder kan WKO 40-50% van de warmtevraag per huishouden voorzien, dus het totaal aantal huishoudens dat verduurzaamd kan worden ligt in werkelijkheid hoger dan het aantal huishoudens nu vermeld. 1 GJ = 278 kWh

Windenergie

In 2015 heeft het fonds geïnvesteerd in een windmolen op het terrein van het internationale bedrijf IFF in Tilburg. Het betreft een Nordex N117 van 2,4 MW. Deze turbine levert rechtstreeks elektriciteit aan de industriële afnemer. IFF is dus gegarandeerd van op eigen terrein opgewekte groene stroom waarmee zij besparen op de transportkosten voor elektriciteit.

Voor de realisatie van de windmolen, die in het najaar van 2016 is opgeleverd, heeft het fonds een lening verstrekt aan Windturbine RIFF B.V. van € 366.000 voor een periode van twaalf jaar. Deze lening is achtergesteld aan de bancaire financiering van de Triodos Bank. Ontwikkelaar en exploitant van de windmolen is Renewable Energy Factory B.V.

Meer informatie over windenergie: rvo.nl

 

Project Opgesteld vermogen in Wattpiek Productie in kWh Equivalent in huishoudens
Windturbine Tilburg 2.400.000 4.704.000 1344
Berekening is gebaseerd op productie en gemiddeld huishoudelijk verbruik van 3.500 kWh/jaar.
Op basis van 1.960 vollasturen wind per jaar.

Bijlage 1: Verklarende woordenlijst

Achtergesteld vermogen

Een lening waarbij de schuldeiser in het geval van faillissement van de leningnemer wordt achtergesteld op andere schuldeisers zoals de werknemers, de belastingdienst en de banken. Dit betekent dat er op deze lening(en) bij faillissement pas afgelost wordt indien aan alle verplichtingen (rente en aflossing) van de andere schuldeisers volledig is voldaan. Achtergesteld vermogen wordt gezien als onderdeel van het risicokapitaal van een bedrijf of project.

Activa

De in geld uitgedrukte waarde bedoeld die het geheel aan bezittingen van de onderneming vertegenwoordigt.

CNG

Gecomprimeerd aardgas geschikt als brandstof voor voertuigen.

Digestaat

Vergiste mest en een restproduct van de biogasproductie.

Dividend

De uitkering van winst van een onderneming aan haar aandeelhouders.

Doelvennootschap

Een vennootschap, vaak een B.V., welke met voor een specifiek doel of project wordt opgericht zodat de risico’s ervan wordt begrensd en aansprakelijkheden ten opzichte van de eigenaren/investeerders in het project worden beperkt.

Eigen vermogen

Het eigen vermogen wordt opgebouwd door de inleg van aandeelhouders (het bedrag dat bij uitgifte voor een aandeel betaald wordt) en door het inhouden van bedrijfswinsten plus de reserves. Het eigen vermogen weerspiegelt het verschil tussen de bezittingen en de schulden van een bedrijf.

Fonds voor gemene rekening

Een fonds zonder rechtspersoonlijkheid waarbij participanten vermogen bij elkaar brengen om gezamenlijk te investeren of beleggen. Kenmerk is dat er voor het fonds een beheerder verantwoordelijk is voor de uitvoering van het fondsbeleid en dat de bezittingen door een onafhankelijke bewaarder worden gehouden.

Groenfonds

Een groenfonds is een fonds welke door de belastingdienst als zodanig is geaccepteerd en belegd projecten met een groene status zoals duurzame energieprojecten, duurzame gebouwen, biologische landbouwbedrijven en natuurontwikkelingsprojecten. Kenmerkend voor een groenfonds is dat deze haar participanten de mogelijkheid geeft een belastingvoordeel te realiseren (vrijstelling box 3).

Holding

De moedermaatschappij van een concern.

Intrinsieke waarde

De actuele waarde van alle bezittingen van de onderneming, verminderd met de schulden die er zijn. Dit komt neer op het eigen vermogen wat er in de onderneming zit.

Kapitaalintensief

De productiefactor kapitaal wordt, in vergelijking met andere productiefactoren zoals arbeid in sterke mate benut. Dit houdt in dat er voornamelijk geïnvesteerd wordt in goederen met een hoge aanschafprijs die zich over een bepaalde tijd moeten terugverdienen.

Koolstofkringloop

Deze kringloop beschrijft wat er gebeurt met door handelingen van mensen veroorzaakte uitstoot van koolstofdioxide in de atmosfeer.

Opwerking

Het zuiveren van een mengsel van stoffen om de eigenlijk gewenste stof hieruit min of meer zuiver te verkrijgen. Zo wordt biogas opgewerkt tot groen gas.

Participatie

De financiële deelname in het eigen vermogen van een organisatie.

Passiva

De som van het eigen- en vreemd vermogen.

Recht van hypotheek

Iemand die een recht van hypotheek heeft, mag zijn vordering met voorrang op het registergoed verhalen. Komt de lener zijn verplichtingen niet na, dan mag de hypotheekhouder het registergoed gedwongen verkopen en de opbrengsten gebruiken voor het voldoen van rente en aflossing op de verstrekte lening.

RNES-garantie

Regeling Risico’s dekken voor aardwarmte. Met deze regeling stimuleert het ministerie van Economische Zaken en Klimaat het gebruik van aardwarmte als duurzame energiebron.

Risicodragend kapitaal

Risicodragend kapitaal wordt gebruikt om ondernemingen die hoge risico’s lopen te financieren. Vaak gaat het hierbij over startende ondernemingen.

SDE+ subsidie

De subsidie Stimulering Duurzame Energieproductie. De regeling richt zich op bedrijven en (non-profit) instellingen. Er zijn 6 categorieën: Biomassa, Geothermie, Water, Wind (land, meer en primaire waterkering) en Zon.

Vreemd vermogen

Het vreemd vermogen van een bedrijf wordt opgebouwd uit de verplichtingen of schulden die een bedrijf heeft. Dat houdt dus in dat een bedrijf geld zal moeten betalen voor ontvangen leningen, diensten en/of goederen.

Algemene Disclaimer
Nadere toelichting rendement en risico
30 juni 2018

De informatie in dit document dient niet te worden opgevat als aanbieding of uitnodiging om te beleggen in het fonds Regionaal Duurzaam of enig ander fonds. De beslissing om te beleggen in Regionaal Duurzaam dient uitsluitend te geschieden op basis van het prospectus, dat u op verzoek kosteloos wordt verstrekt of dat u tevens kunt vinden op meewind.nl.

Download dit document (PDF)
Waarmee kunnen we u helpen?

Seawind Capital Partners B.V. is als beheerder van Meewind, paraplufonds duurzame energieprojecten, Fonds Regionaal duurzaam 1 en het Energie Transitiefonds opgenomen in het register van de AFM. Er zijn risico''s verbonden aan beleggen, de belangrijkste zijn opgenomen in het prospectus en de essentiële beleggersinformatie.


© Meewind 2018
Website Security Test